Rouw en Verlichting, Deel 3 Jezelf overstijgen

Inleiding
‘Rauwe rouw’ en het ‘in waarheid leven met jezelf’, daarover ging het eerste artikel van het drieluik ‘Rouw en Verlichting’. Hierin werd  het ‘samenvallen’ met de innerlijke pijn belicht, waardoor je loskomt van ego. Doordat het ego geen stem meer heeft, treedt als vanzelf verlichting op. Het tweede deel concentreerde zich op de essentie binnen de rouwretraites die Els Spil en Maartje Hazebroek organiseren en beschreef hoe het verwelkomen van emoties tot verlichting kan leiden. Aanvaarding was hierin het kernwoord. In dit derde en laatste deel van het drieluik wordt ingegaan op de periode waarbij het rouwproces doorlopen is. Dit sluit aan bij de letterlijke betekenis van verlichting: “einde van het lijden”. Daarnaast  wordt in dit artikel geschreven over verlichting in de zin van het dichter bij jezelf komen door een periode van rouw en het doormaken van persoonlijke groei. Er gaat bijna letterlijk een licht aan dat voorheen niet scheen.

De parel in de pijn

In principe is rouw niet eindig, het is niet iets waar je op een gegeven moment een streep onder kunt zetten. Een groot verlies draag je je hele leven mee. Je rouwproces ontwikkelt zich eigenlijk steeds verder gedurende je leven. Wel kun je op een zeker moment constateren dat het verlies verweven is met je bestaan. Dit betekent dat het leven een nieuwe vorm heeft gekregen en het bestaan weer zin heeft. De pijn van het verlies is bijna altijd nog voelbaar, je kunt er nog altijd contact mee maken, maar het verlies is geïntegreerd en is als het ware bij het leven gaan horen. Het ‘lijden’ is voorbij. Tussen 70% en 80% van de rouwenden meldt positieve effecten van hun omgaan met het verlies[1]. Hoe onwaarschijnlijk het ook klinkt als je er middenin zit, niet zelden worden termen als verdieping en verrijking genoemd bij mensen die een rouwproces doorlopen hebben. De meest belangrijke ontwikkelingen die genoemd worden zijn: persoonlijke groei, spirituele groei en meer waardering voor het leven. Mensen komen dichter bij wie ze werkelijk zijn. De innerlijke groei wordt ook weleens de ‘parel in de pijn’ genoemd. Veel mensen zullen zeggen dat ze liever zouden zijn gegroeid zonder hun dierbare daarvoor te verliezen, of dat ze de groei liever niet hadden gehad als daardoor hun geliefde nog bij hen zou kunnen zijn. De pijn is vele malen groter dan de parel en dat kan lang duren of bij sommige mensen voor altijd zo blijven voelen. Respect voor deze pijn is essentieel. Bij jezelf en bij de mensen die je in je leven tegenkomt.

 

Het rouwproces en persoonlijke groei
De wetenschap is pas in de jaren zestig gestart met onderzoek naar rouw en de positieve effecten van rouw zijn pas eind jaren negentig onderzocht. Inmiddels weten we dat rouw, naast verdriet en pijn kan leiden tot persoonlijke groei[2]. Door het verlies in je leven te verinnerlijken, veer je niet terug op het oude niveau, maar je stijgt er als het ware bovenuit: mensen die een verlieservaring hebben meegemaakt en een rouwproces hebben doorlopen, hebben meestal een toegenomen vermogen om met tegenslagen om te gaan. Ze hebben meer veerkracht gekregen en weten dit ook van zichzelf. Ze staan sterker in het leven.
Wat ook sterker maakt, is dat je makkelijker voor jezelf kan gaan staan na een periode van rouw. Het verlies van een dierbare en het daaropvolgend rouwproces kan gezien worden als een levenscrisis. Een dergelijke crisis is niet anders dan een overgangsperiode: de jas die je niet meer past, doe je weg en wat overblijft is iemand die dichter bij zichzelf staat. In die zin kan een crisis dus ook verlichtend werken, omdat je afwerpt wat je niet meer bent en waarschijnlijk ook nooit bent geweest[3].

Nieuwe verbindingen aangaan
Ook in het aangaan van relaties met andere mensen treedt verandering op. Mensen in rouw hebben vaak in een heel donkere tunnel gezeten. Ze zagen geen hand voor ogen. Wanhoop, paniek, angst en gevoel van onveiligheid zijn emoties die bij deze donkerte hoorden. Wanneer mensen weer wat licht gaan zien, kunnen ze ook weer in verbinding komen met anderen. Op het moment dat ze de donkerte daadwerkelijk achter zich kunnen laten, dan is de verlieservaring verinnerlijkt. Vanaf dat moment vertellen mensen dat zij in staat zijn om veel intensere verbindingen aan te gaan met mensen om hen heen. Wie zelf in de donkerte heeft gezeten (en eruit is gekomen), is ook niet meer bang voor de donkerte van andere mensen. Het echte luisteren begint en er wordt op een diep niveau contact gemaakt met mensen die veel vaker dan eerst, hun zielenroerselen met je delen. Je opent je weer na het rouwproces en ontdekt dat er een nieuwe manier is van in verbinding gaan met anderen. Dit komt doordat je een ander mens bent geworden. Dwars door alles heen ben je gerijpt, vaak milder geworden, empathischer, sensitiever, wijzer, en je hebt je voor heel andere dingen leren interesseren dan dat je vroeger deed[4].

Het rouwproces als start van de spirituele zoektocht
Doorgaans komen mensen dichterbij spirituele verlichting naarmate ze ouder worden. Een rouwproces kan hierin versnelling brengen. Dit heeft te maken met het eerder genoemde loslaten van wat je niet werkelijk bent, maar ook met de nieuwe antwoorden op levensvragen. Deze kunnen veranderen in perioden van rouw. Wanneer een geliefde sterft, komen er heel veel gevoelens los: gevoelens van verdriet, wanhoop, boosheid misschien, maar ook angst en onveiligheid. Het is bijna vanzelfsprekend dat je je af zult vragen hoe het nu verder moet, of je het allemaal wel aan kan en of je ooit weer zal kunnen lachen. Maar het sterven van een geliefde kan ook leiden tot vragen over de dood zelf. “Wat is de dood eigenlijk, is onze geliefde nog ergens? Is er een leven na de dood? Bestaat er een ziel? Is er een hemel?” Natuurlijk hebben de meeste mensen wel bepaalde ideeën of opvattingen over de dood. Voor de een is de dood het einde van alle leven, een ander gelooft in hemel en hel, een volgende gelooft dat er een overgang is naar een andere geestelijke vorm van leven. Maar wat we ook denken, wanneer een geliefde sterft ontdekken we of deze vragen daadwerkelijk uit ons hart komen. Bij veel mensen blijken hun oude antwoorden op levensvragen niet meer houdbaar te zijn op het moment dat ze van dichtbij met de dood te maken krijgen. Eerdere antwoorden bieden geen steun of troost. Hierdoor kunnen mensen plotseling met een heel leeg gevoel komen te staan. Deze leegte is een aanzet tot een spirituele zoektocht naar antwoorden die wel helpen. De manier waarop wij tegen het leven aankijken, bepaalt ook de manier waarop we tegen de dood aankijken. En als we in ons leven ineens geconfronteerd worden met de dood, dan kan ons beeld van de dood ook ons perspectief op het leven veranderen. De liefde die mensen voelen voor een overledene brengt hen ertoe eerdere antwoorden nog eens tegen het licht te houden. Veel mensen bewandelen paden die ze eerder niet voor mogelijk hadden gehouden. Zo wordt de dood van een geliefde een eerste stap naar een spirituele ontdekkingsreis met nieuwe antwoorden. Nieuwe antwoorden kunnen zorgen voor veel meer overgave aan het leven zelf met alles wat het te brengen heeft.


Waardebesef en het rouwproces

In een periode van rouw, hoe donker de tunnel soms ook is, kunnen vaak kleine lichtjes van dankbaarheid ontstoken worden. Gevoelens van dankbaarheid kunnen meer en groter worden naarmate het rouwproces vordert. Wanneer we leren loslaten en het verlies van onze dierbare in onszelf verinnerlijken, wanneer we zo groeien in kracht en bewustzijn, dan zullen we ontdekken dat er als vanzelf opnieuw een diepe dankbaarheid in ons ontwaakt. Allereerst dankbaarheid voor wat de ander ons gegeven heeft, wat de overleden dierbare betekent heeft in ons leven. Op de tweede plaats dankbaarheid omdat we uit de donkere tunnel zijn gekomen en tenslotte een dankbaarheid voor alles wat we in de donkere tijden hebben mogen ontdekken en leren[5]. We ontdekten immers ons eigen antwoord op de dood. Ook al was dat antwoord in het proces soms dichtbij en dan weer ver weg van ons. Uiteindelijk is het echt van onszelf geworden, een antwoord uit ons eigen hart. Daarnaast brengen de dood van een dierbare en het daarop volgende rouwproces vaak een dieper besef van wat belangrijk is in het leven. Zo zie je bij veel mensen die een dierbare verloren hebben dat materie minder belangrijk wordt. Sommige mensen gaan minder werken, want waarom hebben ze al die tijd de benen onder hun lijf vandaan gelopen? Het besef dat het leven niet vanzelfsprekend is, maakt dat mensen veel meer aandacht geven aan degenen van wie ze houden. Ook zie je vaak dat mensen de dingen die ze graag nog willen doen niet langer meer uitstellen. Kortom: het leven wordt intenser geleefd.

Maar de grootste winst is weten dat liefde eeuwig is. Want liefde sterft nooit[6]. En daarmee komen we aan het eind van dit drieluik over rouw en verlichting.

[1]                     Leven met gemis, Johan Maes, Uitgeverij Wijgmaal-Leuven 2007, p. 41.

[2]                     Herbergen van Verlies, Fiddelaers-Jaspers & Noten, In de Wolken, 2015 (tweede druk). P. 28

[3]                     Spiegelbeeld, 23ste jaargang nr.11 November 2016, p.57.

[4]                     Als een geliefde sterft, Hans Stolp, Ankh-Hermes bv, Deventer 2003, p. 95-96 en 101.

[5]                     Als een geliefde sterft, Hans Stolp, Ankh-Hermes bv, Deventer 2003, p. 92

[6]                     Als een geliefde sterft, Hans Stolp, Ankh-Hermes bv, Deventer 2003, p. 7.

Drieluik Rouw en Verlichting, Deel 2 Het opgeven van weerstand

Artikel Spiegelbeeld, januari 2017

Inleiding
In het eerste deel van het drieluik ‘Rouw en Verlichting’ lichtten wij toe hoe verlichting betekenis kan krijgen in de periode van ‘rauwe rouw’. Hierin werd de nadruk gelegd op het wegvallen van het ego en het samenvallen met de pijn die de rouw veroorzaakt. In dit deel van het triptiek kijken we naar de periode van rouw, waarin het besef van het verlies is ingedaald en de pijn nog aan de oppervlakte van het bewustzijn aanwezig is. Het verlies is een wond die nog lang niet geheeld is, veel aandacht vraagt en enorm veel pijn doet. In dit artikel gaan we in op wat ‘verlichting’ in deze periode betekent. Dit doen we door uit te leggen wat copingstrategieën zijn en hoe die een rouwproces beïnvloeden. Daarna gaan we in op de aanvaarding (in het lichaam) en het ‘opgeven van weerstand’. Dit heeft betrekking op het aanvaarden van ‘wat er is’ in het lichaam. Aan het einde van het artikel leest u hoe wij mensen ondersteunen in dit deel van het rouwproces.

Copingstrategieën
Coping is de manier waarop individuen omgaan met stressvolle of belastende situaties.
Copingstrategieën zijn grofweg op te splitsen in functionele en disfunctionele strategieën. Constructieve reacties in het rouwproces zijn bijvoorbeeld het zoeken van sociale steun of het terughalen van mooie herinneringen. Disfunctionele reacties zijn met name vermijdende reacties: het wegstoppen van de pijnlijke emoties door bijvoorbeeld heel hard te werken of verdovende middelen te gebruiken. De manier waarop iemand met zijn gevoel (pijn) omgaat heeft alles te maken met hoe de omgeving in zijn kinderjaren op zijn gevoel reageerde. Bepaalde mechanismen om met pijnlijke gevoelens om te gaan, zijn daar ontstaan. Neem bijvoorbeeld een moeder die “niet zeuren!” roept, als haar dochter met betraande ogen vertelt dat ze voorover viel toen iemand haar duwde. De gevoelens van de dochter worden in het voorbeeld ontkent, het kind moet het zelf oplossen. Afsluiting van dit gevoel kan een mechanisme zijn dat hier ontstaat. Een dergelijk mechanisme kan een patroon worden dat iemand meeneemt in zijn volwassen leven. Het “niet zeuren,” uit het voorbeeld, wordt nog steeds – bewust of onbewust – toegepast op kleine en grote emotionele gebeurtenissen uit het leven. Iemand sluit zich af voor zijn gevoel. En juist door af te sluiten, wat in beginsel zeer effectief lijkt, wordt alles zwaarder en zwaarder voor hem. Afweerpatronen leveren mensen veel op. Zij helpen je te overleven, doordat ze je weghouden van pijn. Oude afweerpatronen kunnen daardoor zeer hardnekkig zijn. Patronen kunnen zelfs als blokkades in het lichaam zijn opgeslagen. Veel mensen komen op zeker moment in hun leven tot de ontdekking dat een tot dusver gehanteerde copingstrategie niet meer functioneel is. Het verlies van een dierbare of ‘gestapeld’ verlies kan iemand laten inzien dat het copingmechanisme tegen hem is gaan werken. Dan wordt het tijd om daarmee aan de slag te gaan. Zo kan iemand bijvoorbeeld ontdekken dat het niet de omgeving is die geen ruimte geeft aan zijn gevoelens van rouw, maar dat hij dat zelf is.

Het denken als vermijdingsstrategie
Speciale aandacht willen we in dit artikel geven aan het denken als vermijdingsstrategie. “Alle mensen worden als voelers geboren en tot denkers gemaakt,” zegt Bob Boot in ‘Een Kwestie van Gevoel’. Vooral in het Westen gaan mensen daaronder gebukt. “Mensen willen zich niet altijd laten raken en hebben er behoefte aan dingen te snappen en te duiden.” Via het denken proberen mensen grip op de zaak te houden. Gevoelens die voor zwak en kwetsbaar doorgaan, proberen we vaak te negeren. Denken kan heel effectief zijn, maar als je er te veel de nadruk op legt, kun je van jezelf vervreemden. Johan Maes (2007) gaat nog een stapje verder. Wanneer de gedachtestroom vooral pessimistisch is en langdurig aanhoudt, is er sprake van piekeren[1]. Maes noemt piekeren zelfs gif voor het rouwproces. Door de aandacht steeds maar te houden bij de (negatieve) gedachten in het hoofd, wordt het leven zwaarder: piekeraars zijn minder in staat om oplossingen te vinden, de spanningen en het verdriet lijken groter en hun reactie daarop is vaak heviger en langduriger. Onderzoek heeft ook aangetoond dat mensen die meer piekeren grotere kans hebben om in een depressie te komen en meer moeite hebben met de rouwtaken op het gebied van zingeving.

Een beetje afweer is gezond
We willen wel graag opmerken dat vermijding en uitstel van rouw ook nuttig  kunnen zijn. In een gezond rouwproces is juist ook ruimte voor afleiding. Een rouwende beweegt zich meestal tussen ‘verliesgerichte’ en ‘herstelgerichte’ periodes. Waarbij periodes van afleiding (vermijding en uitstel) een rouwende kunnen helpen om kracht te verzamelen om het verlies daadwerkelijk aan te kunnen gaan. Een dergelijke periode kan een paar weken beslaan, maar bij sommige mensen zijn hier jaren voor nodig. Rouw is een uniek proces en ieder loopt zijn eigen pad.

Aanvaarding, of het opgeven van de weerstand
Hoe is het mogelijk om het misschien wel onaanvaardbare te aanvaarden? Als jouw manieren om stressvolle gebeurtenissen te hanteren niet meer werken, wat dan? Aanvaarding heeft wat ons betreft niet eens zozeer te maken met wat er is gebeurd, of wat jou is overkomen, maar wel met wat die ervaring met jou doet. Het gaat hierbij om het openstellen voor de reacties die jouw lichaam heeft op de emotionele pijn. Het is een durven voelen: werkelijk contact te durven maken met jouw lichaam en jouw pijn, in het hier en nu. Jouw lichaam vertelt jou wat er met je aan de hand is. Het is belangrijk te luisteren maar de wijsheid van je lichaam. Door werkelijk bewust te worden van je lichaam, ga je door verschillende lichaamservaringen heen. Je leert alles aanvaarden, omdat je ontdekt dat het ook weer voorbij gaat: alle pijnen en ook fijne gevoelens komen en gaan. Wanneer je dit kunt, heb je de weerstand overwonnen. Pijn voelen doen mensen van nature niet graag, jouw copingstrategie heeft er jarenlang voor gezorgd dat je weg kon blijven van de pijn en nu laat je dit mechanisme los. Dat gaat niet vanzelf. De dertiende-eeuwse Rumi vergelijkt in zijn gedicht Herberg, het mens-zijn met een herberg, waarin alle gasten worden verwelkomd: vreugde net zo goed als depressie. Er is geen oordeel meer op de emoties, geen goed of slecht. Wanneer je daar werkelijk toe in staat bent, is alles zoals het is en komt alles, zoals het komt.

 

Alle emoties kunnen ‘laten zijn’ in het lichaam, is jezelf overgeven aan het leven. Deze overgave werkt verlichtend. De verlichting ontstaat doordat je geen weerstand meer hoeft te bieden aan je gevoelens, doordat er geen oordelen meer zijn. Ervaring zal leren dat het opgeven van weerstand ook fysiek verlichtend is: gevoelens van pijn worden minder en je kunt ontspanning verwelkomen. Eindelijk ontstaat er ook ruimte voor andere gevoelens en energieën, gevoelens van dankbaarheid, liefde, vervulling.

 

Jezelf (laten) helpen
Om hardnekkige patronen te kunnen loslaten, moet je inzien dat je normaal gesproken reageert op een gevoel of gewaarwording in je lichaam. Elk plezier zit ergens in je lichaam en elk gevoel van onrust of verdriet ook. Meestal zijn we ons daarvan niet bewust. Je ademhaling is een prachtig instrument om dichter bij jezelf en in je lichaam te komen. Ademhalen wordt ook wel gezien als de link tussen lichaam en geest. Het is de enige essentiële levensfunctie die je zelf kunt aansturen en van de automatische piloot af kunt halen. Door bewust adem te halen beïnvloed je niet alleen je lichaam heel direct, maar ook je geest. Waar je ook bent, wat je ook doet, je ademhaling is er om je te helpen. Op elk willekeurig moment kun je het gebruiken om rustig te worden en je aandacht naar het hier en nu te brengen. “Inademen is aannemen van het leven met alles wat daarbij hoort, zowel de vreugde als de pijn. Bij het uitademen is er overgave en kun je rusten.[2] ” Dus volg rustig je ademhaling, zoals je zittend langs een rivier de stroom volgt, een stroom die altijd in beweging is, die nooit stilstaat en telkens weer verandert[3]. Als vanzelf word je kalm en ‘zak’ je in je lichaam. Wees opmerkzaam voor wat daar gebeurt en heb er geen oordeel op. Aanschouw met nieuwsgierigheid. Het gaat erom goed te leren voelen in plaats van ons goed te voelen (Fiddelaers en Noten, 2015). Dit werkelijk voelen zal je helpen om bewust te worden van de patronen in je leven.

Belemmeringen
Als je niet het gevoel hebt dat er geborgenheid is of een veilige bedding, dan is het toelaten van wat werkelijk in je leeft heel erg moeilijk. De neiging om terug te vallen in oude patronen (jouw copingstrategie) is groot. Daarnaast is het voor sommige mensen niet alleen lastig om te weten wat ze voelen, maar is hun lijden vaak al zo groot, dat dat hen ervan weerhoudt om nog meer pijn toe te laten. We leven in een maatschappij waarin het niet zo gewoon is om openlijk hulp te vragen. Maar als je angst, verdriet of woede lang genoeg onderdrukt – bewust of onbewust – neemt je lichaam het over en kunnen er naast emotionele ook fysieke klachten ontstaan.
Wij kunnen mensen in rouw helpen om bewust te worden van het mechanisme dat hen weghoudt van pijn en om te durven voelen wat er gebeurt. We helpen hen hun lichaam te voelen en te luisteren naar wat het wil vertellen. Het luisteren naar het lichaam lukt beter als je ontspannen bent, ook hierin bieden wij begeleiding. Met yoga, meditatie en mindfulness ondersteunen we het gehele proces. In een meerdaagse retraite is genoeg ruimte om te ervaren hoe je contact maakt met je lichaam en te luisteren naar wat het te vertellen heeft. Wij helpen onze deelnemers in hun eigen kracht te komen, zodat ze zelf verder kunnen.  We hebben als missie om hen (ver)lichter naar huis te laten gaan dan dat ze kwamen.

Volgende maand: deel drie van Rouw en Verlichting
Volgende maand deel 3 van het drieluik Rouw en Verlichting, waarin we ingaan op de persoonlijke groei die mensen kunnen meemaken door verlies van een dierbare: 70 tot 80% van de mensen die een verlies hebben meegemaakt melden positieve effecten van hun omgaan met dit verlies.
[1] Leven met gemis, Johan Maes, Uitgeverij Wijgmaal-Leuven 2007, p. 35

[2] Herbergen van Verlies, Fiddelaers-Jaspers & Noten, In de Wolken, 2015 (tweede druk), p. 271.

[3] Rouwverwerking en rouwbegeleiding, Sterven – rouwen – en troosten, Christofoor, Zeist 2006 (tweede druk), p. 269

Drieluik Rouw en Verlichting, Deel 1 Rauwe rouw en leven in waarheid met jezelf

Artikel geplaatst in Spiegelbeeld december 2016

Inleiding
“Rouw is de achterkant van liefde,” is een uitspraak die iedereen kan begrijpen: als een geliefde sterft, volgt rouw onherroepelijk. Bij rouw denk je niet snel aan verlichting, rouw en verlichting lijken paradoxale termen, maar zijn ze wel zo tegengesteld als dat op het eerste gezicht lijkt? In het eerste deel van het drieluik Rouw en Verlichting lichten wij, Els Spil en Maartje Hazebroek, toe waarom rouw en verlichting heel dicht bij elkaar kunnen liggen of soms zelfs onlosmakelijk verbonden zijn. Als rouwbegeleiders werken wij samen en we zijn getriggerd door de verbinding tussen rouw en verlichting. Een samengaan dat we in de praktijk wel zien, maar zelden tegenkomen in de literatuur over rouw. Is het een taboe? Wij concentreren ons in dit deel van het drieluik op de eerste periode na het overlijden van een geliefd persoon. Deze eerste periode behelst voor de meeste rouwenden ‘overleven’ of ‘overeind blijven’ na de dood van een geliefde. In dit artikel lichten we allereerst het begrip rouw en vervolgens het begrip verlichting toe, waarna de verbinding zich als vanzelf ontvouwt. In het volgende deel van de drieluik relateren we verlichting aan het je volledig durven openstellen voor de pijn die de rouw met zich meebrengt. Begeleiding hierin kan nuttig of noodzakelijk zijn en zien wij als onze missie.

Rouw
Rouw is de prijs die iemand betaalt voor de verbindingen die hij in het leven aangaat[1], de verzamelnaam voor de heftige emotionele reacties die samenhangen met verlies. In de literatuur over rouw is lange tijd uitgegaan van een fasemodel. De Zwitsers-Amerikaansearts en psychiater Elisabeth Kübler-Ross was de eerste wetenschapper die in de zestiger jaren de rouw in fasen beschreef. Volgens haar model doorloopt de rouwende vijf achtereenvolgende fasen: ontkenning, woede, onderhandeling, depressie en aanvaarding. Hierbij dient opgemerkt te worden dat niet iedereen de fasen lineair doorloopt. Sommige mensen slaan fasen over, of hernemen een eerdere fase. Begin jaren tachtig ontwikkelt William Worden een rouwmodel dat niet uitgaat van een vaste volgorde van fasen, maar van taken waaruit een rouwproces bestaat. In een gezond rouwproces zouden alle vier de genoemde taken aan de orde komen, maar doorloopt een rouwende ze niet in een vaste volgorde. Het kan heel goed zijn dat er soms twee tegelijk spelen, of dat een taak op verschillende momenten terugkomt. Worden omschreef de taken als volgt:

1) accepteren dat de overledene er niet meer is;
2) doorleven van de emoties;
3) aanpassen aan een leven zonder de overledene;
4) de overledene emotioneel een plaats geven en opnieuw in het leven investeren.

Het nieuwste rouwmodel is het integratief model. Eén van de grondleggers is Robert Neimeyer, klinisch psycholoog in de VS. In dit rouwmodel zijn de belangrijkste ontwikkelingen en visies uit het rouwonderzoek van de afgelopen jaren  opgenomen[2]. Neimeyer beschouwt rouw als een veranderingsproces op meerdere niveaus en hanteert zes uitgangspunten:

1) rouwen is een persoonlijk en uniek proces is. Ieder mens rouwt anders, er bestaat geen handleiding voor en ook de duur van een rouwproces is geen vaststaand gegeven;
2) rouw vraagt om een actieve houding: rouwen is niet zozeer passief ondergaan wat er gebeurt, maar iets doen met de gevoelens. Er ontstaat een nieuwe relatie tot de overledene;
3) rouwen is een multidimensioneel fenomeen, dat uit méér bestaat dan alleen het doorleven van emoties;
4) rouwen is in de meeste gevallen eerder een proces van transformatie dan van restauratie. Het verlies maakt dat de rouwende een nieuw evenwicht moet gaan vinden: teruggaan naar het evenwicht van voor het overlijden kan niet;
5) tenslotte is rouwen altijd ingekaderd in een bredere familiale en sociale context. De plaats die de rouwende inneemt in zijn of haar sociale omgeving (familie, vrienden, collega’s) verandert. Zo wordt iemand bijvoorbeeld door het verliezen van een partner een alleenstaande. De rouwende gaat zichzelf anders opstellen, maar ook kan de omgeving anders op de rouwende reageren.

Wij verkiezen het integratief model boven het fasenmodel, omdat we in de praktijk constateren dat het rouwproces inderdaad een veranderproces is dat veel aspecten van het leven raakt. Desondanks delen we voor dit drieluik het rouwen op in herkenbare stadia. Dat betreft:

– de eerste rauwe rouw, waarin een dierbare pas net is overleden en het overlijden nog onwezenlijk is en de rouwende gericht is op ‘zichzelf staande houden’;
– de tweede periode waarin de waarheid is doorgedrongen maar niet geïntegreerd in het bestaan van de rouwende;
– de laatste fase waarin het verlies wel is geïntegreerd in het leven. In deze laatste fase zijn de rouwtaken zoals door Worden omschreven doorlopen.

Ieder rouwproces is uniek, er bestaat geen richtlijn voor. De meeste mensen zijn in staat zonder professionele begeleiding de rouwtaken aan te gaan en het verlies te ‘bergen’. Sommige mensen vinden het prettig wat ondersteuning te vragen, voor anderen is dat noodzaak.

De rauwe rouw
In het begin kan een rouwende vaak echt niet bevatten wat hem is overkomen. Het lijkt allemaal erg onwerkelijk. Zelfs wanneer iemand denkt dat hij zich heeft kunnen voorbereiden, omdat een dierbare bijvoorbeeld een lang sterfbed heeft gehad, dan blijkt dat, wanneer de geliefde uiteindelijk sterft, een rouwende zich niet werkelijk heeft kunnen voorbereiden en dat hij zich niet echt bewust was van de grootsheid van alle emoties die hem overspoelen wanneer het afscheid definitief is. Een rouwende kan willen uitschreeuwen dat het niet waar is en tegelijkertijd voelt hij van binnen de pijn van de harde werkelijkheid  doordringen. Het verwerken van de dood van een geliefde is een van de allergrootste opgaven die mensen hier op aarde in het leven tegenkomen. Er komen vaak veel gevoelens los in deze eerste periode, gevoelens van onveiligheid en angst (want niets is meer zeker, er kan zomaar iets gebeuren dat je leven op z’n kop zet), ook  gevoelens van boosheid, wanhoop, schuld of machteloosheid kunnen naar boven komen. Er kan chaos zijn, een kluwen van emoties en tegelijkertijd een enorme leegte. Voor velen voelt het alsof het hoofd de regie kwijt is geraakt, dat het verstand is losgekomen van het gevoel. Denken werkt niet meer en een rouwende schakelt vaak over op de automatische piloot.

Naast deze hevigheid van gevoelens kunnen in deze eerste periode existentiële of spirituele vragen rijzen. Want wat is de dood eigenlijk? En hoe gaat het nu verder met onze geliefde? Is er plek waar overledenen heen gaan en komen ze terug op aarde? Kan ik nog in verbinding zijn met hem of haar? De meeste mensen hebben antwoorden geformuleerd op vragen zoals die hierboven staan beschreven. Of de antwoorden vanuit het hoofd of vanuit het hart komen, blijkt pas wanneer de dood ons van zo dichtbij raakt. Als vroegere antwoorden op dergelijke vragen

niet meer houdbaar blijken, is de dood van een geliefd persoon vaak het begin van een spirituele zoektocht[3]. Deze spirituele zoektocht brengt een rouwende vaak dichter bij zijn eigen kern, bij wie hij ten diepste is. Dit op zich is al een pad naar verlichting, maar er is meer.

Verlichting
Voordat je een beeld kunt vormen van verlichting, gaan we eerst in op het begrip ‘ego’ . Duits-Canadese spirituele leraar Eckhart Tolle omschrijft het ego als de identificatie met vorm[4], wat vooral betekent: gedachtevormen. Deze vormen kunnen zijn: ik ben een man, een manager, een golfer, een lezer, een angsthaas, etc.. De ‘ik’, is de illusie waar wij onze valse identiteit aan afleiden. Het ego staat voor alles waar iemand zich mee identificeert en waarvan men meestal  gelooft dat het ‘echt’ bestaat. Het ego, volgens Tolle ook wel het onware zelf genoemd, staat voor alles wat mensen beschouwen als ‘ik’. Een persoonlijkheid dus. Op jonge leeftijd is ons aangeleerd om onszelf te definiëren als ‘dit’ en ‘niet dat’, waardoor het ego een afscheiding wordt van alles waarvan we geloven dat we het wel of niet zijn. Zo beschouwd kun je zeggen dat de meeste mensen niet in de werkelijkheid leven, maar in een geconceptualiseerd beeld van die werkelijkheid. Zij bekijken de werkelijkheid vanuit hun beperkte visie van zichzelf en de ander.

Om te overleven heeft het ego heel veel aandacht nodig. Het is verslaafd aan macht, erkenning en conflict en het is voortdurend bezig zichzelf met andere ego’s te vergelijken. Het ziet zichzelf als gescheiden van de ander en de wereld. Het denkt in termen van ‘beter dan’, ‘minder dan’, ‘hoger dan’ en leeft bij de gratie van aanval en verdediging. Tolle: “Ego’s verschillen alleen van de buitenkant. Diep van binnen zijn ze allemaal hetzelfde. Ze leven van identificatie en afscheiding.”

Verlichting kan verschillende betekenissen hebben. Binnen het drieluik rouw en verlichting gebruiken wij de uitleg van de Amerikaanse spirituele leraar Adyashanti[5]. Ook hij heeft het over het ego wanneer hij uitlegt wat verlichting betekent. “Verlichting is simpelweg het ego-loos ervaren. Het zien en het ervaren van de wereld zonder door de vertekende lens van ons ego te kijken. Verlichting is niet het kijken door een andere lens, maar het kijken zónder lens; het ervaren van de wereld zonder door een lens te kijken. Dat is waar verlichting uiteindelijk op neerkomt; het kijken en ervaren, zonder vertekening.”

Leven in Waarheid met jezelf
Een verlicht persoon laat zich  leiden door de stroom des levens. Hij geeft zich hier volledig aan over. Zijn waarneming wordt niet meer gefilterd door het  ego. Waarnemer, waarneming en datgene wat wordt waargenomen vormen weer een eenheid. Het onvermijdelijke gevolg is volmaaktheid.

In de eerste fase, tijdens de rauwe rouw,  kan er zowel sprake zijn van heftige emoties als het uitblijven ervan.  Wij, als begeleiders van mensen in rouw, zien in deze periode vaak verbijstering: het verstand lijkt weggevallen, zelfs de stemmen van het ego doen er het zwijgen toe. Daardoor vallen de concepties die mensen van zichzelf en de wereld om zich heen hebben helemaal weg. Dat wat over blijft als alles wegvalt, dat is het Zelf. Er is geen oordelende beschouwer meer. Er is slechts een samenvallen met alles wat iemand is. De rouwende  heeft geen verdriet meer, hij ís verdriet. Hij rouwt niet, hij wordt gerouwd. Dit samenvallen, waarin ego geen dominante rol meer heeft, kan ondanks  alle pijn verlichtend aanvoelen. Dit is het moment waarop iemand kan ontdekken dat hij leeft in waarheid, in waarheid met zichzelf. Een rouwende heeft dan geen andere keuze dan te zijn in tegenwoordigheid en te buigen voor het lot. De rouwende is wat hem overkomen is en leeft volledig in het nu. Hij is bevrijd, niet meer door de beperkingen van het ego gevangen. “Rouw is een vorm van thuiskomen,” beschreef Jan Oegema in zijn boek ‘Lichaamsziel, een retraite in rouw’[6]. Hierin beschrijft hij dat, hoe pijnlijk het ook is, hij voor het eerst in zijn leven het gevoel heeft dat hij in waarheid leeft. “Hoevelen vóór mij zijn ooit op die werkelijkheid gestuit?” vraagt hij zich hardop af. Wij moeten hem het antwoord schuldig blijven, maar kunnen dit uit eigen ervaring beamen: rouw kan leiden tot een staat van verlichting. Neergeschreven is het ook reeds. In ‘Rouwverwerking en Rouwbegeleiding; sterven – rouwen – troosten’ van Renée Zeylmans, kwamen we in een gedicht van Gerda van Hulst deze eindregels tegen:
het wonder
een stille
diepe vreugde: Ik Ben
dank-zij de pijn van de rouw[7].

Volgende maand deel 2 van het drieluik Rouw en Verlichting, hierin gaan we in op aanvaarding en het ‘ontvangen’ van de pijn in het lichaam. Volgens ons is dit essentieel in het rouwproces. Een groot deel van ons werk bestaat uit het begeleiden van mensen in het kunnen aangaan van de pijn.
[1]                     Herbergen van Verlies, Fiddelaers-Jaspers & Noten, In de Wolken, 2015 (tweede druk). P. 9.

[2]                     Leven met gemis, Johan Maes, Uitgeverij Wijgmaal-Leuven 2007, p. 80-81.

[3]                     Als een geliefde sterft, Hans Stolp, Ankh-Hermes bv, Deventer 2003, p. 25-27

[4]                     De kracht van het nu, Eckhart Tolle, Ankh-Hermes bv, Deventer, 2001, p 49.

[5]                     De weg van bevrijding, Adyashanti , Samsara Uitgeverij B.V., 2013, p. x-xi.

[6]                     Lichaamsziel, Een retraite in rouw, Jan Oegema, Vantilt, Nijmegen, 2016, p. 21 -25.

[7]                     Gedicht van Gerda van Hulst in Rouwverwerking en rouwbegeleiding, Sterven – rouwen – en troosten, Christofoor, Zeist 2006 (tweede druk), p. 287.